Een prachtige dag in een prachtige omgeving! En ondanks de zomerse temperaturen zagen we veel paddenstoelen: 36 soorten werden genoteerd. Tweeëntwintig hiervan waren nieuw voor ons, zodat de totaallijst voor deze cursus nu 90 soorten telt. Bijzonder was de zwamgast op een oude Reuzenzwam. In het veld hielden we het op een zwameter (Hupomyces sp.) en door de loep leek hij heel veel op de Oranje zwameter (H. aurantius) die vrij algemeen is op oude gaatjeszwammen. Ik denk dat deze soort vaak is genoteerd zonder microscopische controle en dat is een vergissing, want wat bleek toen ik hem thuis onder de microscoop bekeek? Het kon geen zwameter zijn, want de sporen weken volledig af. Determinatie wees uit dat het een Nectria moest zijn en de sporenmaten kwamen overeen met die van het Kostgastmeniezwammetje, waarvan de moderne wetenschappelijke naam Sphaerostilbella berkeleyana luidt. Eén stip op de Nederlandse kaart, dus uiterst zeldzaam! Maar ja, als niemand naar dit soort dingen kijkt of microscopische controle uitvoert, zal hij wel “zeldzaam” blijven… Deze soort is bekend als biotrofe parasiet van met name oude korstzwammen en ontwikkelt zich net als Zwameters erg traag, zodat ze alleen op paddenstoelen groeien die heel langzaam vergaan. De Reuzenzwam vergaat ook zeer langzaam en heeft een leerachtig oppervlak dat lijkt op dat van korstzwammen, zodat het niet onmogelijk is dat de ecologische amplitude van ons Kostgastmeniezwammetje veel groter is dan de literatuur opgeeft. Tenslotte wordt de soort maar weinig gevonden.
Woensdag 17 oktober alweer de vierde college-avond. Vergeet niet een paddenstoel mee te brengen!