Toetsing

Toetsing

Leerdoelen:
Na afloop van de vier theoretische colleges en de vier avondexcursies dienen de studenten te kennen:

  • de plaars van vleermuizen in de diersystematiek
  • de levenswijze van de verschillende vleermuisgroepen/ families/ soorten en hun specilaisaties
  • de in Nederland algemener voorkomende soorten (ongeveer 10 soorten)
  • het gebruik van hun omgeving
  • het netwerk van verblijfplaatsen, vliegroutes en jachtgebieden
  • de werking van de sonar van de Europese vleermuizen
  • hte gebruik van de batdetector en het maken en interpreteren van sonargrammen
  •  het herkennen van Nederlandse vleermuissoorten aan de hand van gedrag en sonar
  • de bescherming van de Nederlandse vleermuizen (Habitatrichtlijn en Wet natuurbescherming)
  • Inrichting- en beheermaatregelen t.b.v. vleermuizen (in stedelijk gebied en in ‘het veld’)
Vaardigheden:
  • de leefwijze van vleermuizen, zowel de tropische soorten als de insecteneters;
  • de werking van de batdetector en een eerste determinatie van vleermuizen;
  • het habitatgebruik van de soorten en hun netwerken; 
  • de plaats van Nederlandse vleermuizen in het ecosysteem;
  • maatregelen voor en bescherming van vleermuizen.
Tentamen:
De student zal aan het eind van de cursus een tentamen moeten afleggen dat de geleerde theorie en de soortenkennis toetst. Het tentamen dient met een voldoende afgesloten te worden. In oktober 2019 wordt in overleg met de studenten het schriftelijk examen afgenomen.