Toetsing

Toetsing

Aan het eind van de cursus wordt de student getoets op de vaardigheden die hij/zij tijdens de colleges en de excursie heeft opgedaan. De student zal aan het eind van de cursus een tentamen moeten afleggen dat de geleerde theorie en de soortenkennis toets. Het tentamen dient met een voldoende (hoger dan een 5,5) afgesloten te worden.

Leerdoelen

De student te laten kennismaken met:

  • De basis van de evolutionaire achtergrond van amfibieën en reptielen
  • De basis van de anatomische achtergrond van amfibieën en reptielen
  • De levenswijze van inheemse amfibieën en reptielen
  • Een aantal families binnen de amfibieën en reptielen
  • De 23 inheemse amfibieën- en reptielensoorten

Vaardigheden

Na afloop van de cursus is de student in staat om:

  • Zelfstandig in het veld amfibieën- en reptielensoorten te herkennen of te determineren
  • Soorten te kunnen plaatsen in hun habitat
  • De studenten kunnen op een verantwoordelijke manier omgaan met herpetofauna